De brul

Bram:

“The core of mans’ spirit comes from new experiences.”
― Jon Krakauer, Into the Wild

Een enorme brul echoot aan de rand van het bos en doet me verstijven van schrik. Ik zit in het donker rechtop in mijn slaapzak. Ik probeer het gezicht van Paul te ontwaren, op zoek naar zijn gezichtsuitdrukking. Is hij bang? Is hij net zo geschrokken als ik?
Hij kijkt me aan met een nietszeggende blik. Wanneer een volgend hartverscheurend gebrul dichterbij komt, voel ik mijn hartslag omhoog gaan. What the fuck, het geluid, het ‘iets’ verplaatst zich heel snel en erger, het komt dichterbij. Ik zweet in mijn ijskoude slaapzak. Bij de derde brul, naar schatting 20 meter van ons vandaan, breek ik op. Gekleed in mijn onderbroek, grijp ik in de duisternis naar mijn wandelstok, die ik als een honkbalknuppel achter me houdt. Klaar om toe te slaan. Ik probeer Toop te wekken, maar hij ligt te slapen en krijgt niets mee. Als we in ‘iets’ territorium bivakkeren, zal ik hem beschermen, ook al krijgt hij er niets van mee.

Een aantal weken geleden, ben ik rondom de Famense wouden van St Hubert gaan hiken. Ik was nog nooit in deze regio van de Ardennen geweest. Met mijn zoon Toop en maatje Paul, dwaalden we de eerste dag door het schimmige gebied van het hoogveen. Kleine, bruin gekleurde stroompjes, meanderen door zompige dalen. In de donkere wouden, zien we veel groot wild. Herten springen voor ons uit. Zwijnen zien we niet, dagschuw als ze zijn, maar hun aanwezigheid is volop aanwezig. Aan de omgewoelde poelen zien we dat de rotten net langs gekomen zijn.

In de kleine dorpjes, waar we door heen wandelen, is weinig leven te zien. Zelfs wanneer het lente zonnetje doorbreekt, lijkt alles uitgestorven. Het Ardense leven speelt zich af binnen de beslotenheid van de dikke muren. Hun, dun bezaaide winkels, zijn een belevenis, een waar paradijs voor de outdoor mens. De lokale en regionale producten zijn hemels. De plaatselijke Saucisson d’Ardenne en lokale whisky. We vergapen ons aan de klandizie, waar de ene Ardenner mens nog lelijker is dan de andere. Het begrip ‘appelboompjes’is hier bedacht.
Te veel om te dragen zwerven we de bossen weer in. Weg uit de betrekkelijke beschaving, op zoek naar een geschikte plek om te overnachten.
Op een droog stuk zompig veen, drinken we in de ondergaande zon een lokaal biertje. Bij het kampvuur kijken we uit over een fantastisch landschap, dat in brand lijkt te staan door het avondrood. Het uitzicht is overweldigend…om stil van te worden. Langzaam valt de duisternis.

ardennen hike st hubert 2017 1

In mijn slaapzak kijk ik het eerste half uur naar de sterren. De hemel boven me schittert door het ontbreken van de lichtvervuiling. Ik vel me nietig in deze natuur. De immense rust wordt ruw verstoord door het nachtelijk brullen. Na de derde brul, sta ik met de stok in mijn handen en schreeuw ik uit alle macht. Mijn oer klanken hebben effect en hoor het ‘iets’ zich verwijderen van onze bivak. Ik ontspan en val in een diepe slaap.

We weten nog steeds niet wie of wat de bruller was. Het briesen van een everzwijn, het burlen van een edelhert of het brullen van een ‘appelboompje’. Wie zal het zeggen…

Advertenties

#MVV

Denise:

Donderdag stond ik in de Geusselt. Hoofdtribune, 1e rij. Kadootje van pap, avondje met z’n twee, vader en dochter quality time.

De sfeer zit er goed in. Vrolijke Mestreechteneren maar ook niet-Mestreechteneren in ons vak. Biertje erbij, de Angel-side zorgt voor de muziek en zelfs het weer werkt mee.

Bij binnenkomst geniet ik eerst van de sfeer, staand en kijkend van links naar rechts over het veld. Mijn vader doet hetzelfde, ieder in zijn eigen wereld, genietend van wat er om ons heen gebeurt.

Na 10 minuten check ik Facebook. Ik ben niet welkom, lees ik. Mensen zoals ik, de mensen die niet om de week in de Geusselt staan, zouden nu ook nu niet daar moeten zijn.  De posts zijn niet persoonlijk aan mij gericht en toch voel ik me aangesproken.

Ik kan me niet anders herinneren dan dat mijn vader in mijn jeugd een seizoenskaart had. Volgens mij was het toen nog voornamelijk  ‘iere klas KNVB’. Zondagavond was steevast Studio Sport avond. Nog steeds trouwens. Ikzelf kocht toen ik 8 was bij de plaatselijke huis- tuin- en keukenzaak een glanzend MVV sjaaltje met franjes. Na het dragen prijkte het jarenlang in mijn slaapkamer aan de muur, totdat het verkleurd raakte. Ik gok in het jaar dat ze degradeerden. Mijn moeder haakte voor carnaval hetzelfde mutsje als Harry Slinger van Drukwerk in die tijd droeg, in de kleuren rood en wit. Ik kalkte overal MVV op, net als op mijn spijkerbroek met ingeknipte franjes.

Ik voetbalde op het veldje voor ons huis en leerde daar de term ‘vliegende keep’. Naast fikkie stoken en hutten bouwen. Pas op mijn 17e, toen ik me een jaartje aan damesvoetbal waagde, leerde ik wat buitenspel was. Ik nam mijn kids mee naar thuiswedstrijden tot bleek dat ze meer doeners dan kijkers waren waarop ik jarenlang langs hun lijn stond om aan te moedigen. Ik ben geboren en getogen in Maastricht, hou van mijn stad en roep altijd ‘MVV’ als iemand vraagt of ik voor Feyenoord of Ajax ben.

Niet reden genoeg om bij de deze wedstrijd te mogen zijn? Soit! Jammer dan. Ik heb genoten, de hele avond. Bijna net zoveel als de penningmeester.

Rellen? Ja, maar de media blies het flink op. Bij het overige publiek riep het niet meer op dan hoofdschudden en een enkel fluitje tussen de tanden. Dat de wedstrijd zoveel vertraging opliep had ik amper in de gaten. De sfeer in het stadion was en bleef fantastisch!

Ik voel nu al de spanning voor morgen en kan niet wachten. Geen FoxSports-abonnement dwingt me om ‘uit’ te gaan kijken. Niet in Kerkrade maar waarschijnlijk op de fiets naar een gezellig buurtcafé.

Ik hoop op een wedstrijd zonder rellen en onweer. Maar vooral op een promoverend MVV. Wat zou dat een feestje zijn! Nu maar hopen dat ik het van Facebook mee mag vieren ;).

Kom op die roeje!!!

vlagmaastricht-01

Zondagse morgen

Bram:

Zondagmorgen, het huis is nog in rust. Het zal nog lang duren voor het dorp ontwaakt, het eerste peloton langs ons huis het heuvelland in fietst en de grasmaaiers de rust verstoren. De zon schijnt al en kiert boven de heg de tuin in. Met een kop koffie geniet ik van de stilte. Uitslapen is er niet meer bij, ik kan het niet meer. Waar ik vroeger tot in de middag in mijn bed kon liggen meuren, heb ik nu geen wekker meer nodig. Genoeg na een aantal uren, sluip ik ’s morgens het bed uit, waar mijn lief nog in een diepe slaap ligt. Ik glimlach om de vredigheid van het plaatje.

Het zal wel met het ouder worden te maken hebben, dat uitslapen er niet meer bij is. Ik heb er geen moeite mee. De uren, die ik genomen heb, zijn voldoende en de stilte is geweldig. Ieder dagdeel heeft iets moois; de beslotenheid van de nacht, borreltijd van de middag, het vuren van de avond en het ontwaken van de morgen.

De opmaak van de dag, ik en mijn gedachten. Heerlijk om ze vrijelijk te laten gaan. Het zal de romanticus in me zijn. De denker, de doener, maar vooral de genieter. Life is good.

Genoeg gedacht. Wacht vol verlangen op haar stralende lach en de eerste ochtend kus.

Hoe de liefde begon

Denise:

De weg naar een fietsvakantie gaat niet over rozen. Soms wel, soms niet. Pieken en dalen. In meerdere opzichten.

Mijn over-enthousiasme in het begin, toen ik mijn eerste blog hier schreef, is aanzienlijk verminderd naarmate ik merkte dat ik dit gevoel niet kon delen. Met de buitenwereld welteverstaan. Dat is anders met mijn lief, die mij aanstak met het fiets-virus. Samen bomen we nog avonden lang over hoe het zal zijn, welke aanschaffen er nog moeten worden gedaan en welke routes we zullen nemen. Maar ik merk dat mijn enthousiasme steeds meer afneemt in een gesprek wanneer iemand mij vraagt waar ik dit jaar op vakantie ga. ‘Toch zeker op een elektrische fiets?’ is het meest voorkomende commentaar als ik vertel wat de plannen zijn. Of ‘en als je daar aankomt, ga je dan vakantie vieren?’ Uhh nee, zonder elektriciteit en nee, de fietsreis ís onze vakantie. Ongeloof alom. Menigeen is blij als z’n wekelijkse uurtje spinning erop zit en ‘ie onderuitgezakt op de bank kan zitten, voldaan dat er weer een topprestatie geleverd is. Biertje erbij. Bakje chips. Wel zo verdiend!

En ik snap dat. Ik heb bovenstaande ook en ik begrijp dat iemand er de lol niet van inziet om dag in dag uit, wekenlang zo’n 80 kilometer of meer per dag te moeten fietsen. Heuvel op, heuvel af, zadelpijn, regen, hongerklop en verzuurde benen. Een gek die daar lyrisch van wordt.

Maar ik kijk ook uit naar fietsen naar het mooie Frankrijk. Naar zon en pittoreske dorpjes. Naar een lekker zwembad aan het einde van de dag en eten op een Frans pleintje. Medereizigers ontmoeten en verhalen delen. Biertjes, wijntjes en Frans stokbrood. Ik kijk uit naar het onbekende, het avontuur. Niet weten waar je ’s avonds slaapt en niet weten via welke wegen je daar geraakt. En het gevoel van vrijheid, misschien voor mij wel de allerbelangrijkste.

Vandaag fietsen we niet. Ik verdiep me in blogs over de Groene Route. Ervaringen van hen die ons voorgingen. Blij word ik er niet van. Ik lees verhalen over hongerklop, dichte winkels, onaardige mensen en heuvels. Veel heuvels, héél veel heuvels. Bij één blog lijkt het alsof de hele route bergopwaarts gaat. En klagen, alleen maar klagen. En dan op het einde vertellen hoe geweldig het wel niet was. Nou dame, de boodschap kwam níet over!

Ik vertel mijn lief over de negatieve verhalen. Zijn antwoord: ‘als je niet van klimmen houdt, dan moet je je afvragen of je dit wel wil?’. Ik schrik, schiet in de verdediging en word lichtelijk recalcitrant. Uh nee, klimmen is niet mijn favoriete bezigheid (wie daalt niet liever af?!) maar het is toch niet één grote klimpartij? Ja, ik besef me dat we geregeld flinke heuvels tegen zullen komen maar ik verwacht ook dat dit met een goede voorbereiding en na een week van dagelijks fietsen redelijk goed te doen zal zijn. Afstappen is ook een optie. Als het echt niet anders kan. Zoals iemand het ooit tegen me zei, wat jij in je kop hebt zitten, zit niet in je kont. En da’s met de geplande fietsvakantie in zicht misschien maar goed ook…

6 jaar geleden zat er iets heel anders in mijn kop. Bram. Dag en nacht, ieder uur van de dag. Verliefd tot over mijn oren, en verder dan dat. Of ik een weekendje mee wilde naar de Ardennen. Ardennen?? Dacht ik. Geen Tenerife? Geen Côte d’Azur of Parijs? Geen all inclusive met zon en long drinks met parapluutjes?? Leuk!!! zei ik, slikte en zette mijn allerliefste glimlach op. ‘Gewoon, de bossen in met een rugzak’ zei hij. ‘Ik wil je een mooie plek laten zien’.

Ik toog in mijn uppie naar de Decathlon. Vooral om niet voor lul te staan met mijn All Stars en gele schoolrugzak die ik gratis had gekregen bij 3 actie producten bij het Kruidvat. Ik kende zijn favoriete winkel helemaal niet, enkel omdat hij me daarover verteld had (ik vervolgens heftig ja knikte, alsof ik écht een idee had waar hij het over had). Ik ging helemaal los en kocht voor het eerst in mijn leven wandelschoenen, een backpack waar je U tegen zegt en allemaal onhandige troep die ik later nooit meer nodig bleek te hebben.

We vertrokken. Wat voelde ik me stoer, in m’n casual outfit, wandelschoentjes en zware backpack op m’n rug. Met een inhoud waarmee ik met gemak 6 weken had kunnen gaan hiken in Verweggistan.

We reden naar een dorpje, parkeerden de auto en besloten eerst een La Chouffe te nuttigen in het dorpscafé. Dat smaakte en we namen nog een tweede.  En toen de bossen in. Had ik al verteld dat ik niet van wandelen houd? Maar liefde maakt blind en La Chouffe deed de rest. Uiteindelijk kwamen we aan bij de plek die hij me wilde laten zien, De Grot. Een prachtige, kleine grot op een bosrand in the middle of nowhere. Hier werd je niet gevonden al zou je het willen. We zetten onze spullen neer en zochten hout voor een kampvuur. Het was 16.00 uur toen Bram het kampvuur behendig aanmaakte en we dicht tegen elkaar aan kropen. Het was koud voor de tijd van het jaar. We vertelden wat we nog niet van elkaar wisten. En dat was veel! Onze roerselen, onze successen en ons verdriet. Er was geen tent, geen enkel comfort. Enkel matjes en een slaapzak om in te slapen. Piesen in de bosjes en vies worden zonder stromend water. Ik vond het helemaal geweldig. Totaal back to basic op een ipod na. We lieten elkaar muziek luisteren en dansten met elkaar. We aten avondeten uit blik, gewarmd op het vuur. We keken in elkaar ogen en zagen dat het goed zat. Bram liet me kennismaken met whiskey, het enige wat over bleef na een sixpack en een fles wijn. We genoten van het vuur, de omgeving en van elkaar. We raakten niet uitgepraat maar vielen uiteindelijk rond 3.00 uur toch heerlijk tegen elkaar in slaap. Onder de sterrenhemel. Hoe mooi wil je het hebben?

Toen ik ’s morgens wakker werd had mijn lief met de as uit het kampvuur een herinnering op de grot geschreven.

Grot

Dit werd de foto voor onze trouwkaart. Waarom? Omdat dit een van de mooiste avonden in mijn leven was. Zo puur, zo echt, zo vol liefde. Lief is nog 2 keer terug geweest omdat hij met vrienden langs die plek kwam op een van zijn fietstochten door de Ardennen. Om nog een keer een foto te maken en onze vereeuwiging bij te kleuren. Dit is een van mijn meest dierbare herinneringen samen. Daarom gaan we samen ook niet meer terug, we laten deze mooie herinnering zoals ‘ie was, omdat we ‘m nooit zullen kunnen herleven.

En nu, 6 jaar later, zit dus ‘De Groene Route’ in mijn hoofd. Negatieve verhalen en negatieve reacties? Ja, maar dat weerhoudt me er absoluut niet van om de uitdaging aan te gaan.

What doesn’t kill you makes you stronger. Ik ga ervoor. Groene route, kom maar op!

Nationale Pannenkoekdag

Denise:

Op Facebook lees ik dat het vrijdag Nationale Pannenkoekdag was. Blij dat ik het gemist heb. Ik hou niet van zoet, dus ook niet van pannenkoeken. Niet van snoep of koek, en al helemaal niet van vlaai of taart. En ja, ik kom toch echt uit Limburg!

Heel wat mensen hadden dus hun jaarlijkse feestdag vrijdag. En nee, dan bedoel ik niet degenen die vrijdag jarig waren ;). Maar de Pannenkoeken. Genoeg op deze wereld zou ik zeggen. Meneer Zuegers, scheikundeleraar op de middelbare school, gefeliciteerd met Pannenkoekdag! Alle politieke misklungels van deze tijd en alle onbegrijpelijke, geweld dragende idioten op deze aardkloot, het was ook jullie dag. Hopelijk was het een karige, poedersuiker- stroop- en spekloze dag!

Mocht je ‘m nu ook gemist hebben, niet getreurd. 29 november is er nog één. 2 Pannenkoekdagen in een jaar. Snappen jullie het nog?

De nationale en internationale feestdagen vliegen je tegenwoordig om de oren. Pindakaasdag (ja, echt!), de Internationale dag van de ijsbeer, Pi-dag (voor de wiskundigen onder ons) en de dag van het naakt tuinieren. Die is op 1 mei dus mocht je dat iets te koud vinden, kun je nog gaan voor de ‘Go topless day’ op 26 augustus. Ik denk zelf dat ik de wereld dat maar bespaar. Ik zie mezelf nog niet op de fiets stappen richting Maastricht om in die hoedanigheid op het Vrijthof een terrasje te gaan pakken.

Ben je linkshandig? Dan is het op 12 augustus hoera! en mag je anderen die dag een (linker) handje schudden. Roodharigen mogen op 2 september blijkbaar vieren dat ze.. uhhh… wat??.. rood haar hebben? Pretty gingers, please… vier het alsjeblieft iedere dag!

6 dagen later is het Nationale koffiedag. Althans, dat is wat Wiki aangeeft. Zonder verdere uitleg. Drink ik op zo’n dag nou meer of juist minder koffie? Ik ben ‘m ff kwijt..

Ik lees ook dat er wat feestdagen zijn waar ik niet aan mee mag doen. Nationale broer- en zussendag. Of Dierendag. Ach, je kan het erger treffen. Daarentegen is het de 1e of 2e vrijdag in februari Dikketruiendag.  Hier mag ik dan wel weer aan meedoen. 4 keer zelfs!

Er lijkt een nieuwe bijgekomen te zijn, de Internationale Dag van de Escaperoom. Ik heb nog steeds niet het plezier gehad om eens zo’n kamer binnen te treden maar het lijkt me wel een uitdaging. Al zou de letterlijke vertaling vast nog beter bevallen. Wie wil er niet eens, op een of ander moment, ‘escapen’ aan de werkelijkheid?? Even weg van de sleur en even niet meer denken aan alles sores en ellende, in je eigen leven of om je heen.

Jaren geleden kwam ik bagger het kantoor binnen. Vrijgezellig leven, zware ochtenden, zoiets. ‘Wat zit je haar leuk!’ riep een collega enthousiast. Ik haastte me snel naar het toilet, wetende dat mijn haar bagger zat en dat dit enkel een cynische opmerking kon zijn. Ik zag niets vreemds. Niets leuks, maar ook niets vreemds. Toen ik terug kwam zei ze lachend: Tja, het is Nationale Complimentendag dussss…. Lachen, gieren, brullen en we hebben het jaren volgehouden als we elkaar tegenkwamen: ‘Wat zit je haar leuk!!!’

En ja, er zijn heus jaarlijks terugkomende dagen die er wel toe doen. Dodenherdenking en Bevrijdingsdag als eerste, dat dat nog generaties op het hart gedrukt mag worden. Maar ook Wereldkankerdag, Internationale Vrouwendag, Internationale dag tegen Racisme, Wereld Autismedag, Vader- en moederdag, Sta op tegen Pesten, Intimidatie en Machtsmisbruik, Internationale Dag van de Rechten van het Kind, Wereld Aidsdag, Dag van de Mensenrechten, Wereldlichtjesdag, Internationale Dag van uitbanning van geweld tegen Vrouwen en Coming-Outdag.

Niks tegen Nationale of Internationale feestdagen. Maar hier en daar een beetje afslanken kan wat mij betreft geen kwaad.

6 mei is Anti-Dieetdag. Ik bereid me al goed voor en neem een biertje. Of twee.

Santé! Op een mooie week.

Boer Herman

Bram:

In huize Haanappel wordt er op zondagavond gekeken naar Boer zoekt vrouw.

Waar we doordeweeks Netflix afstruinen naar buitenlands vertier, kijken we in het weekend uit naar de zondagavond. Een mooi stukje televisie. Een uur verbazing en kijk plezier. Een uur Yvon met haar boeren. Een traditie die we in ere houden. De zondag is poetsen, bieren, frieten en boeren.

Dit ultieme stukje tv, is de combinatie van totale onbeholpenheid en samengeknepen-billen situaties. Mijn favoriet is boer Herman. Ze zijn er blijkbaar nog; de maagdelijke boeren die nimmer in de hooischuur op ontdekking uit zijn geweest. Schuchter, introvert en zwaar vertederend. Boer Herman, niet wetende hoe hij met zijn gevoelens om moet gaan, geeft een intieme inkijk in zijn leven. Yvon, praat, vraagt uit, maar lijkt niet tot hem door te dringen. Boer Herman ondergaat haar aanwezigheid lijdzaam, want hij weet niet hoe hij met vrouwen om moet gaan. Lijdzaam ook accepteert hij zijn uitgekozen vrouwen, maar duldt ze in zijn enge wereldje, tussen de koeien, boulangerie en het trompetgeschal. Het is zijn ontdekkingstocht. Yvon is zijn ‘hooischuur’. Muziek zal uiteindelijk exploderen in een innige liefde op het Franse platteland. Gezamenlijk hand in hand de La Marseillaise blazen, met onwennig zoenen en aftasten.

Met Boer zoekt vrouw herkennen we allemaal, hoe onbeholpen de liefde kan zijn. Hoe we onze eigen liefdespaden bewandelen maar hoe innig ik kan genieten van mijn eigen lief.

Boer Herman, je bent mijn held.

De week na Femke en verder…

Denise:

We zijn bijna een week verder, na mijn blog over Femke. Ze is nog steeds niet uit mijn gedachten. En maar goed ook. Want zo gaat het meestal, toch? Iemand overlijdt, de wereld staat even stil maar neemt daarna weer langzaam de oude vorm aan. Je denkt na over hoe kort het leven is en hoe we moeten genieten zolang het kan. Je ervaart even hoe fragiel het leven is en hoe snel het voorbij kan zijn. Maar daarna ga je weer verder met dingen die jouw wereld draaiende houden en de gebeurtenis verdwijnt naar de achtergrond. Je vergeet het uiteindelijk zelfs. Totdat iemand je er weer aan herinnert.

Zo werkt het. Althans, voor de mensen die er wat verder vanaf staan. Voor familie, dierbare vrienden en geliefden is het een ander verhaal. Hun wereld staat stil, vandaag waarschijnlijk nog steeds. Ze zullen terug denken aan 2 weken geleden, toen de zon nog scheen. Vlak voordat de lucht asgrauw werd.

Laat ik eerlijk zijn, ook ik denk minder aan Femke dan vorige week. Maar ergens sluimert het door in mijn achterhoofd. En dat is goed. Goed om er af en toe bij stil te staan en je te realiseren dat je een gelukkig leven leidt. Dat mijn blog bijna 7000 keer werd gelezen, was overweldigend. Eerder kwamen we (Bram & ik  bloggen, apart van elkaar, samen op een site)  volgens mij amper boven de 100. Totaal onbelangrijk maar stiekem toch mooi om te zien. Maar mooi vooral om te zien hoeveel onbekenden (van mij én van Femke) hetzelfde voelden en haar een warm hart toedragen. Ik hoop dat ze dat meekrijgt, vanaf de mooie plek waar ze nu is.

Mijn week begon met een rustig dagje op kantoor in Maastricht met aansluitend een rondje sportschool. Op dinsdag stap ik om 6.00 uur ’s morgens op de fiets richting station, om de trein naar Utrecht te nemen. Mijn eerste bezoek aan ons ‘nieuwe’ kantoor sinds Vodafone en Ziggo samen zijn gegaan. Het is nog donker en Maastricht is nog in diepe rust. Ik kom welgeteld 2 fietsers, 5 auto’s en 1 vuilniswagen tegen onderweg.

Ik ben nog niet helemaal wakker als ik om 10 minuten voor half 7 een plekje vind in de coupé. Ik start mijn laptop op en doe wat achterstallig onderhoud. Als de zon opkomt, staar ik uit het raam en zie Nederland ontwaken. Fietsers voor gesloten overgangen, scholieren op weg naar een tentamen en mannen in pak op retro scootertjes. Even later komen daar nog moeders met bakfietsen bij, elektrisch aangedreven en met kleuters en peuters voor in de bak, op weg na de voorschoolse opvang.

Vanaf Eindhoven wordt het een drukke bedoening. Er stappen heel wat jongeren in, op weg naar school. Ik zit links en rijdt vooruit. Rechts één stoelrij schuin voor mij gaan 2 meiden van een jaar of 15 zitten. Ze komen al pratend binnen en stoppen daarmee niet als ze tegenover elkaar gaan zitten en hun tas op de stoel naast zich gooien. Ze zien eruit zoals dames van 15 er tegenwoordig allemaal uitzien. Te volwassen, lang steil haar, sneakers en een kapotte jeans. 13 in een dozijn, precies zoals ik vroeger ook was. De trein vertrekt naar Den Bosch en net als ik verdiept ben ik een ingewikkelde e-mail hoor ik: ‘Hey, kom eens hier!’ Juffrouw 1 zet een zelfverzekerd gezicht op, kijkt naar rechts, trekt haar tas van de stoel naast haar en klopt op de zitting. Haar tas kwakt ze onder haar stoel. Ik zie een jongen opstaan vanaf de rij recht voor me. Ik had hem eerder nog niet gezien. Ik schat hem een jaar of 13 maar hij is groot voor zijn leeftijd. Hij gaat naast haar zitten maar kijkt schuchter. Ik kan hem het best beschrijven als ‘nerd’ alhoewel ik dat een rotwoord vind. Hij is niet knap en wordt vast niet vaak door dit soort meisjes aangesproken. ‘Mag ik een foto met je maken?’ vraagt ze lieflijk. Hij reageert niet, lacht enkel schaapachtig. Ze draait zich naar hem toe en maakt een selfie waarop zij debiel en hij angstig kijkt. Ik kan juffrouw 2 niet zien maar ik hoor haar giechelen. ‘Mag ik deze foto gebruiken’? zeg 1 uiteindelijk. Ze lachen tussendoor, veel te veel. De jongen zegt niets. Zonder zijn antwoord af te wachten, prutst ze wat op haar telefoon.

Ik voel een enorme boosheid in me opkomen. Nu moeten jullie weten dat ik niet iemand ben die bij het minste of geringste haar mond opentrekt, laat staan bij vreemden. Ik geef het toe,  ik ben wat dat betreft een mietje, een sissy, hoe je het ook noemen wilt. Te weinig ruggengraat en daar baal ik soms best van.

Ik sta op en loop richting het luidruchtige grut. ‘Ken je hen?’ is het eerste wat ik vraag aan de jongen. Geschrokken door mijn plotselinge opkomst knikt hij nee. Ik richt me tot juffrouw 1. ‘Vind je het normaal, wat je doet?’ Ze lijkt net zo geschrokken als de jongen maar verbergt het onder een arrogante grijns. ‘Bemoei je er niet mee’ zegt ze. Mijn bloed kookt inmiddels. Ik moet jullie eerlijk bekennen dat ik niet meer weet wat ik precies daarna nog heb gezegd maar het zal iets geweest zijn zoals ‘waag het niet om dat op Social Media te plaatsen’ en ‘laat hem met rust’. En of ze wel eens van respect hadden gehoord. Ik word, voor de ‘dames’ dan, uiteindelijk gered door een vriend of broer van de jongen die hem, waarschijnlijk door mijn stemverhef, heeft teruggevonden. Hij neemt hem mee naar een andere coupé.

Als ik in Utrecht aankom, tril ik nog van woede. De hele rit tot dit eindstation heeft juffrouw 1 me met een smerige blik aangekeken. Ik won. Juffrouw 2 is ‘m gesmeerd na mijn tirade. De rest van de coupé bemoeit zich nergens mee en leest zijn of haar krantje, zit met oortjes in of pingelt op een laptop. Negeren is niet zien.

Ik pak in Utrecht de bus naar kantoor en weer terug als de meeting is afgelopen. De treinreis naar Maastricht loopt voorspoedig.

Woensdag vertrek ik naar Amsterdam en lief vergezelt me. Ik organiseer een team-event voor 150 man en moet op woensdag al in de Ziggo Dome zijn voor het opbouwen. Als ik er om 15.15 aankom, wacht ik op de persoon die me ophaalt. Het duurt even. In de tussentijd komt Peter Beense naar buiten. Waarschijnlijk na een repetitie voor ‘Holland zingt Hazes’. Hij ziet er uit alsof hij 3 dagen continue op de crosstrainer in de sportschool heeft gestaan en ieder moment kan instorten. Handdoekje om de nek, pareltjes zweet op zijn voorhoofd. Ik heb met hem te doen. Hij zegt goedendag en zijn manager vraagt of ik een vuurtje heb. Helaas, dat heb ik niet dus moet ik een leuk gesprek helaas voorbij laten gaan.

Als ik na de try-out in de Ziggo Dome de lift pak, blijkt deze in plaats van naar beneden, naar  boven te gaan. Er stapt iemand in die mee heel bekend voorkomt. Hij wil naar de parkeerparage op -1 maar de lift schijnt daar maar niet aan te willen. We komen niet verder dan de 0. We kletsen in de tussentijd wat en ik vraag me af wie hij toch is. Ik ben er tot op de dag van vandaag nog niet achter. Toch maar eens wat vaker TV kijken in plaats van Netflix.

Aan het einde van de dag voeg ik me bij lief in hartje Amsterdam. Wat een machtige stad is dit toch. Een stad vol leven, altijd iets te doen, zelfs op deze woensdag. Mijn hart roept om een rondje Bolle Jan of café Sientje. Maar we nestelen ons op een terrasje in de zon, gaan daarna een lekker hapje eten en op tijd terug naar het hotel.

Het event verloopt bijna vlekkeloos en rond 17.30 uur vertrekken we terug naar Maastricht. Ik ben op. Lange dagen gaan je niet in de kouwe kleren zitten. Als we thuis komen, kan ik amper boeh of bah zeggen. Ik slaap als een roosje.

Vrijdag werk ik thuis, een verademing. In pyama achter de laptop, wat een heerlijkheid. Op tijd ‘hak ik de pin d’r in’, zoals ik altijd zeg, om later mijn lief te vergezellen bij een kampvuur in de tuin. Vuur, biertje en liefde.

Zo simpel en mooi kan het zijn.

Fijn weekend allemaal!